Slaapproblemen

Wat is het?
Bij kinderen is sprake van een slaapprobleem als het slapen wordt onderbroken. Deze onderbreking kan plaatsvinden tijdens het in- of doorslapen. Er kan ook een slaapprobleem ontstaan door een verschuiving van het ritme. In het begin hebben kinderen geen echte problemen met slaapstoornissen. Blijven daarentegen de slaapstoornissen lang aanhouden, dan kan het kind oververmoeid raken waardoor echte slaaptekorten ontstaan.

Het is belangrijk dat kinderen slapen. Slapen is immers een belangrijk onderdeel van het leven. Slapen verfrist en na het slapen kan een probleem beter worden opgelost. Slapen heeft zowel lichamelijk als geestelijk effect. Door te slapen rust je uit. Kinderen hebben slaap ook nodig om te groeien, om energie op te doen en om actief bezig te kunnen zijn.

Slapen en wakker zijn horen bij elkaar. Slapen wordt meestal gezien als een tijdelijke onderbreking van het wakker zijn. De afwisseling tussen slapen en waken is een biologisch ritme, het zogenaamde slaap-waakritme. Onder normale omstandigheden zijn we overdag actief en slapen we ’s nachts. Dit geldt ook voor kinderen als ze een normaal slaap-waakritme hebben opgebouwd.

Slaapproblemen komen bij 25 procent van de kinderen voor. Voor de kinderen geeft dit vaak geen problemen. Het zijn eerder de opvoeders die problemen hebben met het slaapgedrag van het kind. Als het kind slecht slaapt, kan het overdag gedragsproblemen vertonen. Alle kinderen worden midden in de nacht wel een keer wakker. Eik kind reageert anders op dit wakker worden. Sommige kinderen maken hun opvoeders wakker, anderen niet. Meestal vallen ze vanzelf weer in slaap.

Hoe krijg je het?
Er zijn een aantal redenen te noemen voor slaapproblemen bij kinderen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen factoren die bij het kind horen en factoren die uit de omgeving komen.

Kindgebonden factoren zijn:

  • temperament;
  • angsten.

Omgevingsfactoren:

  • Ziekte en nare ervaringen:
    Ziektes, zoals terugkerende oorontstekingen en verkoudheden, hebben een slechte invloed op het ritme dat een kind opbouwt. Als kinderen ziek zijn, krijgen ze meestal extra aandacht van de opvoeders. Als het kind weer beter is, blijft het patroon van extra aandacht bestaan waardoor het slechter slaapt.
  • Gebrek aan gewoontevorming en onregelmatig gezinsritme:
    Gebrek aan gewoontevorming kan een slaapprobleem in stand houden. Bedrituelen horen erbij om het kind veiligheid en vertrouwen te geven. Als alles op dezelfde tijd, manier en volgorde gebeurt, heeft het kind de mogelijkheid om afscheid te nemen en zijn ogen dicht te doen.
  • Problematische thuissituatie:
    Door spanningen en onrust binnen het gezin ‘kunnen slaapproblemen bij kinderen ontstaan. De opvoeders slapen zelf ook minder goed en kunnen de situatie vaak zelf niet goed aan.
  • Onrustige woonomgeving:
    Lawaai, warmte, kou, lichtinval kunnen zulke sterke zintuigprikkels geven dat een kind er niet doorheen slaapt.

Wat kun je als leerkracht doen?

Meestal komt het eerste signaal van slaapproblemen van de opvoeders. Zij zien er zelf moe uit en klagen over het gedrag van hun kind. Soms kun je het ook aan het kind zien. Het heeft dan donkere kringen onder de ogen en ziet er bleek en moe uit. Als het kind ’s morgens niet uit zichzelf wakker wordt, dan krijgt het te weinig slaap. Als het kind slaapproblemen heeft, is het belangrijk om te ontdekken welke factoren van invloed zijn op het slaapritme van het kind. Dit is vooral van belang als er mogelijk kindermishandeling in het spel is.

Adviezen voor de leerkracht:

  • breng regelmaat aan in het spel en eten en drinken op school; regelmaat is van essentieel belang;
  • zorg voor veiligheid en geborgenheid bij drukke, aktieve kinderen; neem kinderangsten serieus;
  • toon begrip voor de opvoeders;
  • neem zelf contact op met de jeugdverpleegkundige van de GGD Flevoland, afdeling Jeugd als je twijfelt; bespreek je observaties van het kind en vertel wat je gesignaleerd hebt;
  • realiseer je dat alle kinderen af en toe slecht slapen; dit kan weer snel overgaan, dus je hoeft je niet altijd zorgen te maken;
  • twijfel je nog steeds en ontdek je meer problemen in de ontwikkeling, neem dan contact op met de afdeling Jeugd van de GGD;
  • je kunt ook het Bureau Vertrouwensarts (BVA) inschakelen als je vermoedt dat er meer aan de hand is;

Geef opvoeders de volgende adviezen:

  • breng de opvoeders op de hoogte van het belang van het opbouwen van een regelmatig ritme;
  • de relatie tussen opvoeder en kind moet groeien, het gaat nooit precies volgens wens;
  • zorg voor bedrituelen, dat geeft het kind veiligheid;
  • een kind is gebaat bij consequent gedrag, zorg dus zowel ’s nachts als overdag voor hetzelfde gedrag;
  • wijs de opvoeders erop dat ze een jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de GGD Flevoland kunnen raadplegen: zij kunnen de opvoeders adviezen geven. Ook kunnen ze de Opvoedtelefoon bellen;
  • laat de opvoeders proberen hevige omgevingsprikkels buiten te sluiten (b.v. dikkere gordijnen, niet lawaaiig thuiskomen).
Omhoog